Dat plekje bij de Lekdijk.
Niet
zover hier vandaan.
Waar ik in ieder jaargetij.
Steeds weer naar
naar toe zal gaan.
Twee hele oude bomen.
Die staan
dicht bij elkaar.
Te waken over de rivier.
Hun takken hangen
zwaar.
Verbogen en vervormd.
Door
storm en ook door regen.
Het heeft hen echter niet gedeerd.
Zij.....
konden er wel tegen.
Er staat een heel klein
bankje.
Daar zet ik mij dan neer.
En denk aan het verleden.
De beelden
van weleer.
Wij hebben het samen niet
gered
En zo zijn er zovelen
Die niet zoals die Bomen
De toekomst kunnen
delen
Maar bij de uiterwaarden
De
slingerende dijk
Kan ik heel stil genieten
Dan voel ik mij zo
rijk.
Deke